|
Muziek -
Recensies
|
|
Geschreven door Luuk Imhann
|
|
dinsdag, 26 april 2011 19:00 |

Als een poëet stond ze tussen haar muzikanten, Eefje de Visser, en bracht het Patronaat in Haarlem liedjes met een zacht karakter, voor ze met enkele experimenten de mist in ging.
Tot en met albumafsluiter Verdriet was alles prima in orde; Eefjes fijne mix van fluistermuziek met poëtische teksten en afwijkende ritmes was een lust voor het oor, maar de kant van het experiment had ze niet moeten kiezen. Al haar eerdere foutjes waren haar al vergeven, het niet altijd toon houden of verkeerde inzetten; het leidde niet af van de klanken van haar eerste plaat De Koek, die ze ten gehore bracht.
Maar na Verdriet en het halve disconummer Afdwaalt zakte het geheel in elkaar, en dat is jammer. Zo is het oordeel van haar live-optreden hetzelfde als dat van de plaat. Hier staat een talent, vooral in de teksten (waarover later meer), die zich heeft weten te omringen met fijne muzikanten en een dito live-performance, maar er zijn simpelweg te weinig echt goede liedjes, waardoor het niveau niet de hele show even hoog blijft.
De band, met percussionist Frank Wienk als absolute uitblinker, was strak en los wanneer dat moest; een mix van verschillende multi-instrumentalisten - aan talent ontbrak het niet op het podium. Jacob van de Water op - in Eefjes woorden - 'van alles' voegde precies de juiste accenten toe en Jelte Heringa maakte met zijn toetsen een mooie ondergrond. Alleen bassist Merijn van de Wijdeven was vaak te anoniem.
Misschien is de Visser wel zonder het zich te beseffen een van de grote nieuwe dichters van Nederland. Eerder verklaarde ze tegenover FunkiMag: 'Mijn schrijfstijl is vluchtig en hectisch, ik ratel veel, maar het is ook dromerig en af toe vaag. Ik ben zelf ook een dromer en piekeraar, ik praat en denk snel, spring van de hak op de tak en ben vaak ongeconcentreerd. Dat hoor je denk ik terug en omdat de teksten soms zo dromerig zijn interpreteert iedereen ze weer anders.'
Dromerig of niet, haar lyrics zijn ijzersterk: licht werd donker en weer licht / dat vond ik echt zo'n mooi gezicht / en keer op keer op keer weer hoopte ik / dat dat dan het gewicht / een klein beetje kon verlichten. Het is deze manier waarop ze met woorden en gedachten speelt, die aantoont dat er naast de intentie een grote poel vol talent en visie stroomt waaruit ze naar hartelust kan putten.
Muziektechnisch komt ze soms te kort. Waar haar composities vaak bol staan van de originaliteit, en de Visser een mooie stem heeft, bespeelt ze haar gitaar te slordig, wat afleidt van de nummers en hun betekenis; het geheel krijgt een slordig sausje. Maar zoals eerder gezegd stoorde dat pas tegen het einde van de setlist. De kwaliteit is er, nu de kwantiteit nog.

[Tekst: Luuk Imhann] [Foto's: Josje de Bont] [Eindredactie: Sanne Knijff]
|