Ko van den Bosch bewerkte de klassieker ‘Alice in Wonderland’ van Lewis Carrol tot een wereld waarin de samenleving haar onschuld verliest. Een grimmig en confronterend sprookje. Zoals in het boek, komt de nieuwsgierige en onschuldige Alice terecht in het weelderige Wonderland; in de bewerking van Ko van den Bosch een rauw en onbetrouwbaar universum. Het witte konijn van Carrol is een enge man met een lange leren jas en een witte panty als oren. Hij sluit Alice op in een kelder, om haar te beschermen tegen de greep van de tijd. Alle vreemde wezens die ze tegenkomt, zijn duister en ellendig.
De voorstelling Jonge Harten Theaterfestival, Noord Nederlands Toneel speelt Alice in Wonderland ,Stadsschouwburg Groningen, 25-11-10
Recensie Het witte konijn, gespeeld door Wil van der Meer, wacht de bezoekers van de Schouwburg op. Met stoel en lamp loopt hij voor aanvang rond door de foyer. Het maakt iedereen nieuwsgierig naar wat ze te wachten staan. Het blijkt dat de lamp en stoel nog niets zijn van wat we gaan zien.
Maartje van de Wetering speelt de rol van Alice subliem en hartveroverend. Ze is eerlijk en nieuwsgierig, wat een contrast vormt met de andere personages.
Het Wonderland van het Noord Nederlands Toneel is een verwijzing naar de samenleving van nu, waarin 'kromponeren' en 'verkeerdles' wordt gegeven, en “waar de lontjes kort zijn en de tenen lang.”
Bijna twee uur lang worden we vermaakt met de meest cryptische en poëtische monologen. Dit alles wordt versterkt door een fantasierijk decor. Er gebeurt ontzettend veel op het toneel, en aan spektakel is geen gebrek. Met de landing van reusachtige robotachtigen wordt de voorstelling sensationeel beëindigd.
Dat het ‘studentenavond’ in de Schouwburg was, was nauwelijks te merken. Een enkele student, maar vooral ouder publiek. En dat is jammer, want deze versie van Alice in Wonderland leende zich uitstekend voor jongeren.
Conclusie Studenten en ook niet-studenten: ga dit zien! De voorstelling speelt nog tot en met 11 december.
Rapportcijfer 9
[Fotograaf: Reyer Boxem] [Tekst: Renee Suichies en Luuk Imhann]