De Avonduren sleept de luisteraar mee in verhalen met een moraal, ondersteund door knap ingewikkelde muziek. Je houdt ervan of je haat het, maar de band verzekert dat hun stijl hen eigen is: ‘Het is geen omschakeling, het is onze muziek.’
Tegenover de loods van Kytopia, komt vrijwel de gehele band samen voor het interview met FunkiMag. Verhalenverteller Kapabel, drummer Bram Hakkens, percussionist Frank Wienk en bassist Dibbe van Laarhoven zijn van de partij; enkel toetsenist Niels Broos ontbreekt. Maar de heren zijn vrolijk en vertellen graag over de muziek die ze gemaakt hebben, en nog steeds aan het maken zijn. De plaat is af (lees hier de recensie van FunkiMag) en nu worden alle nummers omgezet naar de liveshows die zullen volgen.
Verhalen op muziek; het is geen dagelijkse kost, en voor het ontstaan van deze vorm moeten we 3 jaar terug in de tijd, aldus Kapabel: ‘Toen waren de allereerste schetsen er. Ik zat samen met een vriend naar muziek te luisteren, en liet hem horen wat ik als rapper had opgenomen. Het viel hem op dat de verhalende stukken bij mij het sterkst waren, en toen we die in een playlist bij elkaar hadden gezet, dacht ik: dit is eigenlijk wel heel erg vet. Het is in principe ook het ding wat ik zelf het leukste vind om te doen: heel erg in een verhalende manier schrijven en vertellen, en als je dat ook onder dat motto bij elkaar zet – puur het feit dat je een verhaal vertelt – dan werkt het ook nog. Gaandeweg heb ik vervolgens heel veel dingen geschreven.’
Die ‘dingen’ waren verhalen, vaak op beats, of met loops, maar de nummers konden beter, en zouden dat ook worden, met live-instrumenten. In Kyteman’s Hiphop Orkest zocht Kapabel naar verwante geesten, die vervolgens in vier muzikanten werden gevonden. Ze reageerden allen direct positief. ‘Er hoefde niet verder over nagedacht te worden,’ vertelt bassist Dibbe Van Laarhoven, ‘het was gewoon een kwestie van: ja, graag. We zijn veel gaan knutselen, en hebben ons door de verhalen laten inspireren. Een aantal van de ideeën van Kapabel hebben we behouden en andere veranderd.’
Waar de sessies in de oefenruimte al veel materiaal schonken, werd er alsnog in de studio veel veranderd. Van Laarhoven: ‘Je weet van tevoren natuurlijk niet wat je gaat spelen. Je krijgt inspiratie en ideeën, maar als het moment daar is en je gaat knutselen dan worden er spontaan dingen uitgevoerd die misschien een dag van tevoren waren bedacht.’ Kapabel vult aan: ‘Er kwamen dingen bij kijken als een microfoon tegen een stalen kast aan leggen en daar geluid doorheen laten knallen en kijken wat voor galm daar vanaf komt. De meest rare dingen hebben we geprobeerd in de studio, wat er ook voor heeft gezorgd dat het ook weer een nieuwe stap was. Het begon heel lang geleden en gaandeweg heeft het telkens een paar keer een nieuwe revolutie doorgemaakt. Elke keer is het beter geworden, tot het op een punt was waarvan wij zeiden: dit klopt helemaal, en toen was gelukkig ook net de plaat helemaal af. Dat kwam goed uit.’
Simon Akkermans (beter bekend als de helft van C-Mon & Kypski) produceerde het album. Omdat hij dat graag zelf wilde. Kapabel: ‘Ik had een hele tijd geleden met Simon gesproken. Ik kende hem van de middelbare school. Dus we waren allebei heel verbaasd om elkaar tegen te komen. We raakten aan de praat, en vertelden we allebei wat we aan het doen waren. Hij was toen al heel enthousiast, maar was heel druk bezig met allerlei projecten. Dus toen hebben we tegen elkaar gezegd: dit idee, laten we daar iets mee gaan doen, en wanneer moesten we dan nog maar zien. En toen het project uiteindelijk een beetje op poten stond, toen waren we al zover dat Simon ook gewoon tijd had.’ In de studio werden er gastmuzikanten aan toegevoegd, met als bijzondere naam Herman Van Veen. Als grap bedachten enkele bandleden dat hij twee zinnen in het nummer ‘Sjakie Schildpad en De Kreupele Haas’ zou moeten zingen, maar terwijl de tijd verliep, besloten de heren het er gewoon op te wagen. Met succes, zegt Kapabel: ‘Dat is eigenlijk hoe het gegaan is. Gewoon proberen, gewoon vragen. Heel aardige vent trouwens.’
Elk nummer vertelt zijn eigen verhaal. En of men daar nou positief of negatief op reageert, interessant is wel dat de muziek met de verhalende boog mee beweegt, waardoor er vaak afgeweken wordt van de coupletrefrein-structuur. Al is dat voor de muzikanten geen probleem, legt Van Laarhoven uit: ‘Het komt allemaal uit onszelf. Dit zijn wij, en wij zijn het die het gemaakt hebben. Je hoeft alleen jezelf mee te nemen. Het is geen omschakeling, het is onze muziek. Bijvoorbeeld: ik praat elke dag zoals ik praat, en als ik zo praat dan is het makkelijk, want het gaat vanzelf. Dat kan ik overal mee naartoe nemen. Zo is het ook met onze muziek. Dit is zo gemaakt zoals het gemaakt is. Je hebt een focus in het project waar je in zit; nergens stap je zomaar in, koud.’
Percussionist Frank Wienk vult aan: ‘Het is wel zo dat elk bandje een soort kader heeft. Maar dit is een stijl die ons allemaal wel ligt, en een gezamenlijk raakvlak is zeker het hiphopaspect. Maar in bepaalde tracks is dat helemaal weggeveegd omdat het iets anders is geworden. En dat is prima, want daar kunnen we ons prima in vinden; ik denk dat we niet heel gebonden zijn aan een stijl in die zin dat we maar een ding kunnen.’
Het woord ‘stijl’ valt, evenals de term ‘hiphop’, waar Kapabel vervolgens heel duidelijk over is: ‘Het is sowieso een eindeloze discussie om het te gaan hebben over wat hiphop is; het is meer het gevoel. Ik kom daar vandaan. Ik ben daarmee opgegroeid en het was het eerste wat mij aansprak. En inmiddels is het zo dat als mijn hoofd op en neer gaat op de manier dat ik het wat vind, dan noem ik het hiphop. Soms sta ik versteld van de dingen die voor mijn beleving al hiphop zijn. Maar ik verwacht niet van andere mensen dat zij het met me mee eens zijn. Het lijkt me ook heel vermoeiend om op zo’n manier muziek te maken. Dat ik me ermee bezig moet zijn of de muziek wel in de stijl valt. En dat ik de hele tijd op zo’n manier dingen terug moet luisteren. Nog steeds probeer ik als enig criterium te hebben: vind ik het vet? En als ik het vet vind, dan is het goed. Dat lijkt me ook de perfecte manier om muziek te maken.’ Video: De Avonduren - Wammes Langnek (Eurosonic Noorderslag 14-01-12)
[Foto: I AM KAT bij Artis Bibliotheek, Bijzondere Collecties UvA]